Uit:
De Telegraaf 25 april 2005
In het zicht van de zestigste 4-meiherdenking
lopen tal van onderwijsprojecten over de Tweede Wereldoorlog. ’Waargebeurd’
is zo’n project, gebaseerd op het oorlogsverhaal ’Het
verlaten hotel’. Schrijfster Mirjam Elias en haar man Ronald
Sweering, Ronny in het boek, bezoeken scholen om te vertellen over
de vele kinderen die in de oorlog van school naar huis gingen en
nooit meer werden gezien. Zoals zijn beste vriendje Willy.
Levensverhaal overlevende WOII maakt diepe indruk
op scholieren

foto:
Theo Terwiel |
OORLOG IN DE KLAS
door DENISE HOOGLAND
NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL – „Hoe loopt het af met Willy”,
„wat gebeurde er met de konijntjes van Ronny en Willy”
en „hebben jullie echt het varken Knor opgegeten?” klinkt
ontzet vanuit groep 8 van de openbare basisschool Prins Willem-Alexander
in Nieuwerkerk aan den IJssel. De leerlingen zijn onder de indruk
van het verhaal dat Ronald Sweering vertelt. „Zo stil heb
ik ze het afgelopen jaar niet meegemaakt”, zegt leerkracht
Lijdie Bezemer.
We zijn te gast bij een van de scholen die zich hebben aangemeld
voor een proefbijeenkomst van het onderwijsproject ’Waargebeurd’,
gebaseerd op het boek ’Het verlaten hotel’ (uitgeverij
Fontein), geschreven door Ronald Sweerings echtgenote Mirjam Elias.
Een pakkend Tweede- Wereldoorlogdocument, gezien door de ogen Ronald
als jochie. Het speelt zich grotendeels af rond het Hotel Atlantic
van zijn ouders, de beroemde biljartfamilie Sweering, aan het Amsterdamse
Westeinde. Een ontroerend verhaal. „Het meest bijzonder vinden
de kinderen het om Ronny, zes jaar in het begin van het boek, hier
in levenden lijve te horen vertellen over die periode in zijn leven”,
weet Lijdie Bezemer, die met haar leerlingen het boek heeft gelezen.
En met dat vertellen heeft Ronald (71) het nog altijd moeilijk:
„Natuurlijk was ik bang”, vertelt hij de tieners. „Er
was voortdurend angst. Angst om mijn ouders, die met heel gevaarlijke
dingen bezig waren voor hun joodse vrienden, angst voor het geluid
van de bommenwerpers in de nacht, voor soldaten aan de deur. En
als kind kreeg je maar weinig te horen. Er waren immers ook leerlingen
met NSB-ouders.”
Ronny (71): „Ik heb mijn vriendje Willy nooit meer gezien”
Opstandigheid
De klas hangt aan zijn lippen. Zoals hij opkwam voor zijn joodse
klasgenootjes; zijn kinderlijke opstandigheid tegen de bezetting
– „als jongetje van negen zou ik wel even een geweer
van de Duitsers jatten om mijn opgepakte vader te bevrijden.”
En dan natuurlijk zijn levensgevaarlijke geheime bezoekjes
aan zijn joodse vriendje Willy, die zonder vader, moeder of zusjes
ondergedoken zat in een bedompte kelder. Ronny speelde altijd Willem
van Oranje en Balthasar Gerards met hem en gaf Willy twee konijntjes
als gezelschap, die later voor een van de meest ontroerende scènes
in het boek zorgen.
„Wat er met mijn vriendje gebeurde? Verraden. Afgevoerd. Midden
in de nacht. En vermoord. In de gaskamers van Auschwitz. Op zijn
verjaardag”, vertelt Ronald Sweering, terwijl Mirjam Elias
dia’s van concentratiekampen laat zien. Groep 8 is er stil
van.
„Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan Willy denk. Nog
iedere keer als ik langs de school of door de Amsterdamse Van Woustraat,
De Kerkstraat of het Westeinde loop denk ik ’die had daar
moeten wonen, en die daar’. En ik ben niet de enige. Hier
loopt een hele generatie rond die allemaal een Willy hebben. Mensen
die al jarenlang opstaan en naar bed gaan met een buurmeisje, klasgenootje
of vriendje dat nooit meer terugkwam. Daarom is het zo belangrijk
dat we over die oorlog blijven praten”, legt hij de scholieren
uit.
De tieners van de Prins Willem-Alexanderschool kunnen het zich allemaal
maar moeilijk voorstellen. Ze gruwelen bij het idee van bloembollensoep
en reageren haast verontwaardigd als ze horen dat Ronny’s
ouders een kat serveerden in de hongerwinter. Om vervolgens stilletjes
te knikken bij het zien van de uitgemergelde lijven van leeftijdgenootjes
op de diabeelden.
„Bestaat Hotel Atlantic nog?” wil een meisje weten.
„Nee, dat is verkocht. Ik wilde geen hotel runnen”,
vertelt Ronald, die na de oorlog thuis nooit meer over de periode
gesproken heeft. „Is uw vader ook vermoord?” klinkt
het vervolgens. „Nee, die is veel later aan een hartstilstand
overleden”, vertelt Ronald dan geëmotioneerd.
„En daar is Ronny nog steeds verdrietig over, zoals jullie
zien”, breekt Mirjam Elias soepel in. Ze vertelt: „Het
waren Ronny’s vader en moeder, Jacob en Do, die de aanleiding
vormden om dit verhaal op papier te zetten. Een aantal jaar geleden
dook een boek op over de gebroeders Sweering, Ronny’s vader
en oom, die fout zouden zijn geweest in de oorlog." Ronny:
"Een verhaal dat vooral gebaseerd was op tante Annie, die altijd
lallend in de straten liep met Duitse officieren."Mirjam: "Dat
van die tante, dat klopte, dat hebben jullie kunnen lezen. Maar
Ronny’s ouders hebben ongelooflijk veel gedaan voor joodse
mensen, zoals het vervalsen van persoonsbewijzen, het redden van
hun bezittingen en het schuilhouden van onderduikers. Jacob cob
Sweering heeft zelfs wekenlang gevangen gezeten voor die illegale
activiteiten. Dat is uiteindelijk dankzij twee ‘goede’
Duitse SD-officieren die regelmatig in het hotel kwamen, goed afgelopen
maar de gekrenktheid bij Ronny en anderen uit die tijd, hebben ons
doen besluiten dit boek te schrijven.”
Een indrukwekkende zoektocht volgde. Meters archief
werden bekeken, voor honderden euro’s gebeld naar Israel tot
Zuid-Amerika, oude telefoonboeken nageplozen en een oproep ’Wie
was Willy?’ in de krant geplaatst. Het boek kwam, evenals
vele emoties en nachtmerries, een mooie documentaire op tv en nu
dus een onderwijsproject.
„Waren de Duitse SDofficieren Arthur en Hans fout omdat ze
in Duits uniform liepen? Of toch goed, omdat ze aan onze kant stonden?”
vraagt Mirjam Elias de klas. „En hoe zit het met vrouwen die
na de oorlog kaal werden geschoren omdat ze met Duitsers uitgingen?
Sommigen deden dat namelijk om informatie voor het verzet los te
peuteren. Mag dat trouwens, mensen zonder proces in elkaar slaan?”
vraagt Ronald Sweering.
Scheldgeweld
Meer onderwerpen passeren de revue: democratie, propaganda, Bush
en fundamentalisten, maar ook discriminatie en pesten. „Schelden
jullie elkaar wel eens uit, zoals dat in de oorlog met de joden
gebeurde?” vraagt Mirjam Elias. „En wat roepen jullie
dan?” Er wordt gedraald en gegiecheld. Maar als Ronald dan
een gemeen voorzetje geeft over het scheldgeweld tussen Ajax- en
Feyenoord-supporters, komen ze los. „’Hamas, hamas,
joden aan het gas’ roepen ze in Rotterdam, toch?” probeert
Ronald. „Ja zeg, alsof ze in Amsterdam niet van alles roepen.
Je mag je toch wel verdedigen?” roept een jongetje verongelijkt.
„We zullen hier nog uitgebreid over napraten”, glimlacht
onderwijzeres Lijdie Bezemer. „De Tweede Wereldoorlog is een
van mijn stokpaardjes, ik vind dat ze daar zo veel mogelijk van
moeten meekrijgen. En deze methode biedt veel houvast om actuele
wereldproblemen als kindsoldaten in Soedan of de vluchtelingenproblematiek
te bespreken.”
Terug naar boven...................................Terug
naar de Willem Alexanderschool

Foto:
Ronald Sweering
|