NIEUWSBRIEF 3 HET VERLATEN HOTEL

      Onderwerpen in alle nieuwsbrieven startpagina Sweering-Elias


Tot vanavond,
en lief zijn hoor…

Dit jaar herdachten wij de zestigste verjaardag van onze bevrijding. Maar reeds thans gaan er stemmen op dat het nu wel mooi genoeg is geweest met dat herdenken. Het is de grootste fout die men kan maken.

De Tweede Wereldoorlog heeft van ons land blijvend een andere samenleving gemaakt. Bijna een kwart miljoen Nederlanders verloren tussen 1940 en 1945 door oorlogshandelingen, moord, deportatie, terreur of honger het leven.
De totale materiele schade in ons land werd kort na de oorlog geschat op 25 miljard gulden. Dat zou thans ruim 300 miljard gulden zijn, of ongeveer 136 miljard euro. Nederland heeft bijna twintig jaar nodig gehad om alles weer een beetje op te bouwen.
Maar het grootste drama was de bijna totale uitroeiing van onze joodse bevolking. Die telde in 1940 ongeveer 140.000 mensen, van wie er alleen al 80.000 in Amsterdam woonden. Slechts 20 procent van hen kwam terug. Sommigen hadden op wonderbaarlijke wijze de vernietigingskampen en de dodenmarsen overleefd. Anderen zijn gered door moedige medeburgers die zorgden voor een onderduikadres.

Een van die overlevende onderduikers is de in heel Nederland bekende fysiotherapeut Salo Muller, de vroegere masseur van de Amsterdamse voetbalclub Ajax. Hij raakte in de oorlog bijna al zijn joodse familieleden kwijt. Ze werden via de Hollandse Schouwburg in Amsterdam en het kamp Westerbork te Drenthe naar Polen gedeporteerd, waar ze in Auschwitz en Sobibor door de Duitse nazi’s werden vermoord. Zoals bij de meeste overlevenden veroorzaakte dit bij Salo een psychotrauma dat zijn hele verdere leven beïnvloedde.

Kleuterschool
Op een zonnige morgen in mei 1941 bracht zijn moeder Lena hem naar de kleuterschool op het Daniël Willinkplein, thans Victorieplein, in Amsterdam-Zuid. Salo was toen vijf jaar oud. Hij kreeg nog een zoen en zijn mama riep hem na: „Tot vanavond en lief zijn hoor!…” Het waren de laatste woorden die hij van zijn moeder hoorde. Later die dag werden zijn ouders bij een razzia gearresteerd. Hij zag ze nooit meer terug. En toen begon een vier jaar durende onderduiktijd voor het kleine kereltje, dat jarenlang huilend om zijn ouders bleef vragen. Vanwege het voortdurend loerende gevaar kwam hij steeds weer op andere adressen terecht. Bij gewone burgers, bij boeren, bij katholieken, protestanten of agnosten. Steeds weer een ander milieu, andere pleegouders, andere religies en andere families. De begrippen vader, moeder, broer en zus begonnen door elkaar te lopen tot hij zelf eigenlijk niet meer goed wist wie hij eigenlijk was.
Dit trauma, gecompliceerd door de eeuwig schrijnende vraag ’waarom leef ik nog en zijn de anderen dood?’ is in principe genoeg om een heel leven psychologisch te ruïneren. Want de Duitse gaskamers en crematoria doen hun vernietigende werk nog steeds.
Salo heeft, zoals vele overlevenden, kans gezien een volwaardig bestaan op te bouwen. Samen met zijn vrouw Conny, die ook geen familie meer heeft. Maar Salo heeft nu dit alles beschreven in een uiterst leesbaar boek dat als hartverscheurende titel de laatste woorden draagt die hij als vijfjarig jochie van zijn moeder hoorde: ’Tot vanavond en lief zijn hoor…’
(Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen, ISBN 90 5240 819 X).

Omdat het zo goed en vlot is geschreven is het uitstekende literatuur voor scholen, opvoeders en gezinnen die de jeugd willen inprenten welke rampen racisme, terreur en politiek extremisme teweeg kunnen brengen. Dat is namelijk een gevaar dat nog altijd op de loer ligt. De huidige wereldsituatie alleen al bewijst dat. Daarom zijn plannen om geleidelijk aan een streep te zetten onder de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog niet alleen zeldzaam dom, maar in feite ook crimineel ten opzichte van toekomstige generaties.



Er zijn gelukkig in ons land nog mensen die het als een roeping voelen de jongeren in onze samenleving iets te vertellen over de gruwelijkste terreur die ons ooit heeft getroffen. Zo is er in Bosch en Duin de 88-jarige oud-verzetsman Velo Bierman, die de meest afgrijselijke martelingen in diverse concentratiekampen heeft overleefd, maar die thans zijn intense haat tegen alles wat Duits is heeft overwonnen. Hij geeft wekelijks geschiedenisles op allerlei scholen in Nederland en neemt op busreizen leerlingen mee naar de vroegere hellekampen. De kinderen hangen aan zijn lippen en vergeten nooit meer wat ze hebben gehoord en gezien.

Iets soortgelijks wordt gedaan door het echtpaar Ronny Sweering en Mirjam Elias. Ronny is fotograaf en Mirjam journaliste. Ronny werd geboren in hartje Amsterdam. Zijn ouders bezaten het destijds befaamde hotel Atlantic aan het Westeinde. Ongeveer waar vroeger de beeldschone Galerij was en het Paleis voor Volksvlijt, maar waar thans de foeilelijke Nederlandsche Bank de omgeving staat te verzieken. In hotel Atlantic kwamen voor de oorlog veel joodse gasten. Dikwijls zakenlieden, intellectuelen en artiesten van wie velen gevlucht waren uit het nazi-Duitsland van de jaren dertig. Het hotel werd een centrum voor verzet. De eerste redactievergaderingen van het illegale blad Het Parool werden daar gehouden.
Ronny, toen een jongetje van 8 à 9 jaar oud, had vele joodse vriendjes en vriendinnetjes. De een na de ander verdween echter om nooit meer terug te komen.

Weggevoerd
Ronny speelde in het geheim met een ondergedoken joods jongetje dat Willy heette. Ook dat kind werd verraden, weggevoerd en vermoord. Die vreselijke jeugdherinneringen verdwenen niet in de loop der jaren, maar ze werden steeds pijnlijker. Mirjam schreef ze op. Het werd een fascinerend boek voor kinderen, getiteld Het verlaten hotel (Uitgave De Fontein, Baarn, ISBN 90 261 1904 6).

Het resulteerde ook in een schitterende visuele presentatie via PowerPoint- projectie. Daarmee bezoeken ze scholen. En dan blijkt dat ook de tegenwoordige schooljeugd doodstil en urenlang kan luisteren.
Maar het meest verrassende is de grote aandacht van allochtone kinderen op scholen waar tot voor kort zelfs het begrip holocaust onbespreekbaar was en waar extremistisch opgevoede moslimkinderen de Hitlergroet plachten te brengen. Als toegewijde mensen zoals Salo, Velo, Ronny en Mirjam dit weten te bereiken, dan zijn de miljoenen kinderen zoals Willy niet voor niets gestorven. In het licht van het komende pinksterfeest is dat een troostende gedachte.

Prof. dr. B. Smalhout

mei 2005

 

 

 

 

 

 

 

 

alles over project Waargebeurd Toen & Nu

Productie, redactie.design Sweering & Elias