Peace in the world, or the world in pieces
|
Toespraak
Mirjam Elias bij de Ravensbrückherdenking |
Beste mensen,
Herdenken
om het herdenken alleen lijkt me niets voor weerbare verzetsvrouwen
voor wie dit monument werd opgericht. Ik vertel u straks dan
ook iets over nu.
Ik ben van na de oorlog. Als kind vroeg ik me af: hoe dapper zou ik zijn?
Met blote voeten rende ik over de schelpen op het strand.
Als er oorlog kwam moest ik eelt onder mijn voeten hebben
om uit verzetskampen te ontsnappen zoals mijn vader.
”Hoi er is een mof verdronken,” juichten wij die zomer aan zee.
Mijn vader, die als een van de weinigen, de bunker van Buchenwald overleefde,
zei verwijtend: 'misschien was deze drenkeling een van de fantastische Duitsers
met wie ik gevangen zat.'
Niet lang daarna ging ons gezin naar Duitsland. Terwijl mijn vader, behalve
voor de Neurenberger processen, nooit meer een stap op Duitse bodem wilde
zetten. Bedoeling was, denk ik, ons te doordringen van het inzicht dat niet
elke Duitser een Nazi is. "Wie dat denkt is misschien zelf een beetje Nazi," hield
mijn vader ons voor. Jaren later zei ik op mijn beurt tegen hem: 'niet elke
communist is een Stalinist,' pap.
We scheepten ons in voor een reisje langs de Rijn, Rijn Rijn. Was water minder
beladen dan blut und boden?
Argwanend observeerde ik of ik aan gezichten kon zien of het mensen betrof
die mijn vader hadden gemarteld.
Een blonde Brünhilde kwam op met aan elke vinger een pronte bierpul
die ze rond serveerde. Het kind dat ik was verdacht haar ervan dat ze gevangenen
tussen haar uitpuilende borsten had vermorzeld.
Terwijl ik haar in de gaten hield klonk vanaf de rotsen ineens dat welbekende
lied:”Ich weiss nicht was soll es bedeuten dass ich so traurig bin,” we
voeren langs de rots waarop ooit de Lorelei stuurmannen verleidde met haar
lied. Mijn vader nam een hap brood en kokhalsde. Het
was zuur en kummelachtig en dat smaakt naar concentratiekamp
snapte ik meteen. Wat mijn ouders ook beweerden, ik
concludeerde direct: levensgevaarlijk dit land.
Hij was allang overleden mijn vader, toen ik dat liedje weer
hoorde en ontroerd besefte: als je zoveel weerzin overwint
om je kinderen duidelijk te maken mensen niet over één
kam te scheren moet dat wel erg belangrijk voor je zijn. Het
gaf een extra dimensie aan de vertaling bij Fischer Verlag
van Het Verlaten Hotel en ook aan de eerste en enige brief
die ik ooit kreeg uit Duitsland van Werner Stertzenbach die
onze dierbare vriendin Hannie liet ontsnappen uit Westerbork.
Hannie die zich nu ergert aan Vuijsje want zij is niet de enige
die haar leven dankt aan de honderden mensen die betrokken waren bij haar onderduik
en vlucht.
Lang zat ik te kijken naar de Duitse postzegel op de brief waarin Werner me
complimenteerde met het manuscript. Dus u begrijpt dat het veel voor mij betekent
hier te spreken samen met de Duitse ambassadeur. Stilstaan bij de Tweede Wereldoorlog zou niet
meer passen bij de multiculti samenleving van nu? Hoe kortzichtig:
helaas was vrijwel de hele wereld erbij betrokken. WO2 vormt
een breuklijn in de wereldgeschiedenis en in de persoonlijke
geschiedenis van miljoenen gezinnen. Deze oorlog vormde de aanleiding
voor de Europese Unie.
En last but not least: kinderen zijn heel erg geïnteresseerd.Als het je goed overbrengt kunnen ze er van leren
voor nu. Dat weet ik door de schoolbezoeken met project Waargebeurd
rond mijn boek Het Verlaten Hotel. Samen met de hoofdpersoon
Ronny, ofwel fotograaf Ronald Sweering, mijn man, praten we met
lezertjes van het boek aan de hand van een website en audiovisuele
presentatie.
Ronny leerde in de oorlog Willy kennen die zat ondergedoken in een kelder aan
de overkant. Dapper bleef hij zijn nieuwe vriend opzoeken, wetend hoe gevaarlijk
het was. Ze speelden Willem van Oranje en Balthasar Gerardts en storten omstebeurt
van de keldertrap.
Als gezelschap gaf Ronny twee witte konijntjes aan Willy. In de nacht dat
Ronny ten dode was opgeschreven en werd geopereerd, werd Willy weggehaald.
Hij rent de straat over, geeft de konijntjes aan Ronny’s moeder en
hijgt: Ronny mag zolang voor ze zorgen tot ik terug ben.
Ronny werd Ronald maar altijd bleef hij denken: 'mijn schuld dat Willy is opgepakt.'
Ik ontdekte waardoor: hij was het laatst Balthasar Gerards geweest in hun spel.
Na een zoektocht van zeven jaar ontdekten we de achternaam van zijn vriendje:
Willy van Biene uit een Rotterdamse familie die naar Den Haag was verhuisd.
Op zijn verjaardag is hij vermoord in Auschwitz samen met zijn moeder die hij
daar terugzag. Komende vrijdagmorgen
herdenken we opnieuw bij Ronny’s school aan de Weteringschans
263 het kinderverzet waarover weinig bekend is.
Op een van de scholen zei een jongen tegen mij: "Ik vind
dat er meer dan genoeg bruinen in het land zijn, ik ben tegen
elke religie dus ook tegen moslims."
Ik wees op diverse kinderen waarvan de ouders duidelijk niet
van hier waren: "en
zij dan?" Hij haalde zijn schouders op en wees op het bruinste jongetje
van de klas: "hij is mijn beste vriend."De beste vriend
haalde ook zijn schouders op: "kan
me niks schelen wat hij net zei. Ik vind alle westerlingen decadent.
Ik ben het niet eens met de moord op Theo van Gogh maar ik kan
het wel begrijpen." Hoe deze vrienden met elkaar omgingen? Prima.
Behalve eens per week dan scholden ze elkaar verrot. Ze hoorden
duidelijk erg bij elkaar.
We hadden het over pesten en schelden en of dat pijn doet en gaandeweg constateerden
ze dat ze eigenlijk anders dachten dan waarvoor ze elkaar eens per week uitscholden. Op een andere
school marcheerde een groep moslimmoeders onverwacht de klas
in om te checken wat wij hun kinderen bijbrachten. Even geluidloos
als ze kwamen verdwenen ze weer. Een kwartier later kwam een
begeleidster ons namens hen bedanken omdat we hun kinderen
zo’n positieve
boodschap meegaven. En ze hadden zelf ook dingen geleerd waar
ze geen idee van hadden.
Veel leerkrachten zijn bang om WO2 en de holocaust aan te kaarten omdat ze
niet zo goed weten hoe, nu er zoveel agressie over heerst. Wij gebruiken een diversiteit aan oeroude en
hypermoderne leermiddelen die passen bij een multiculturele samenleving.
Daarom slaat het aan, denk ik en door de persoonlijke invalshoek.
De kinderen leven mee met Ronny die ontdekt dat de ene Duitser de andere
niet is. Superspannend is het als Ronny erachter komt dat zijn vader Jacob
Sweering, directeur van het Amsterdamse Hotel Atlantic, papieren om joden
mee te redden krijgt toegespeeld van twee Duitse officieren Hans en Arthur.
Allemaal waargebeurd.
Toch hield Ronald een hekel aan Duitsers en genoot hij na de oorlog van de
aanblik van Duitsland in puin. Op zijn zeventigste raakt hij op een terrasje
in Noord Spanje in gesprek met een Duitse pelgrim. Ze blijken
even oud. De man vertelt hoe eng het was in dat verzengende vuur
als de geallieerde bommen waren gedropt.
Ronald kijkt hem
geschrokken aan en zegt: "eigenlijk
heb ik jou altijd gehaat zonder je te kennen. Maar jij kon ook
niets doen aan die rotoorlog, jij was ook maar een kind net als
ik. "
Kinderen van nu identificeren zich met Ronny. Hij was geen
mikpunt maar bijna al zijn vriendjes zijn vermoord wat hem
traumatiseerde. Ze leven mee met Willy in die kelder en snappen
uit het verhaal over de pelgrim - heel even misschien - dat
het nooit kinderen zijn die de haat zaaien .
Wie weet vergaat het hen zoals mij en komt wat ze nu leren later terug in de
vorm van inzicht. Wie weet horen ze ooit weer de na-oorlogse Amerikaanse protestsong
waarin al pal na Hiroshima de waarschuwing klonk voor nu:
Peace
in the world, or the world in pieces.
Mirjam Elias, Ravensbrückherdenking Museumplein,
23 april 2006. |
|
|
|
|
Sweering & Elias
Producties Amsterdam |
|